De NRC is niet wijs
In de NRC van zaterdag 8 oktober stond een interview van redacteur Antoinette Reerink met geriater Slaets. Boven het artikel stond 'Die dermatoloog en longarts zijn niet wijs'. Het is betreurenswaardig hoe deze ene zin uit het interview totaal uit zijn verband werd gerukt en als kop werd geplaatst.
Collega Slaets deed die uitspraak tijdens het interview bij de laatste patiënt die hij die middag opzijn spreekuur zag (Antoinette Reerink zat het hele spreekuur aan zijn zijde). Het was een 68-jarige longpatiënt met een beperkte levensverwachting die volgens Slaets van het kastje naar de muur werd gestuurd. Tijdens het gesprek vertelt de man dat de dermatoloog een biopt heeft genomen van een plekje op zijn oor. Het blijkt kwaadaardig te zijn (waarschijnlijk basocellulair carcinoom). ‘Dat plekje is door het biopt al weg’, zegt Slaets. ‘Ik weet niet wat de dermatoloog daar nog aan zou moeten doen.
De patiënt is nog niet weg of Slaets verzucht: „Wat een verschrikkelijke poppenkast. Die longarts en dermatoloog zijn niet wijs. De longarts doet alleen maar onderzoeken waar hij geld mee verdient en de dermatoloog zou een beleid moeten uitstippelen alvorens te snijden."
De boodschap die Slaets artsen voorhoudt om bij oude mensen niet de afwezigheid van ziekte maar een zo gelukkig mogelijke ouderdom na te streven, is nobel en verdient navolging. Het is mooi dat de NRC ruimte biedt aan zijn pleidooi. En het is ook goed dat artsen zoals huisartsen en geriaters een rol hebben als regisseur van behandelingen, maar het is een kwalijke zaak als zij te makkelijk uitspraken doen over zaken waar zij geen of onvoldoende weet van hebben.
In Nederland komen er jaarlijks zo’n 40.000 nieuwe gevallen van huidkanker bij. Ruim driekwart van die gevallen is niet levensbedreigend. Het gaat dan zoals bij de patiënt van dr. Slaets om een basocellulair carcinoom, waarbij de kans op genezing bijna honderd procent is. Maar genezing wil niet zeggen dat het daarmee een onschuldige aandoening is. Geenszins. Aan een basocellulair carcinoom gaat men niet dood (uitzonderingen daargelaten), maar het kan vreselijke verminkingen geven als je pech hebt of het veronachtzaamt. Een basocellulair carcinoom mag je dan ook nooit laten zitten. Er zijn voorbeelden bekend van 90-jarige dementen bij wie de behandelaren het niet zo nodig vonden om bij hen het basocellulair carcinoom in toto te verwijderen. De gevolgen zijn dan vaak niet te overzien. Het kan jaren duren , maar vijf jaar later kan zo iemand een gapend gat midden in het gezicht dat op geen enkele manier meer is te behandelen.
Vele basocellulaire carcinomen zijn al na het nemen van een biopt grotendeel verdwenen. Vaak blijven er dan kleine celrestjes achter. Als je geluk hebt ruimt het lichaam die dan ook nog op. Maar er kunnen kleine celnestjes achterblijven die weer langzaam in de diepte uitgroeien. Dat kan nare en ingrijpende gevolgen hebben, waarbij niet alleen het losmazige bindweefsel onder de huid wordt aangetast, maar ook vitale structuren als bot, bloedvaten en zenuwen. Vandaar dat een dermatoloog altijd een controleafspraak maakt. Zit er dan nog tumorweefsel, dan kan de dermatoloog bij iemand met een zeer beperkte levensverwachting kiezen voor een minder belastende therapie (curettage/ coagulatie). Slaets slaat met zijn diskwalificatie van de dermatoloog de plank mis, maar de koppenmaker van de NRC kopte wel heel hoog over.
Dr. J.J.E. van Everdingen, directeur Huidfonds







